Vasten…

Op woensdag 26 februari begon de vastentijd. Een tijd van bezinning, een tijd van onthouding. Zoals velen met mij begon ik aan 40 dagen zonder alcohol, 40 dagen zo min mogelijk snoep en koek.

Inmiddels heeft “vasten” een heel andere dimensie gekregen. Heel Nederland, heel de wereld is nu immers aan het vasten. Iedereen moet matigen in datgene wat voor mensen het meest essentieel is: sociale contacten. Het vergt wat van mensen om niet naar de wekelijkse training te kunnen, om niet gezellig bij te kunnen kletsen in het café, om geen verjaardag met familie en vrienden te kunnen vieren.

Juist in deze bizarre situatie merken we echter hoe dierbaar de mensen om ons heen zijn. We merken hoe belangrijk sport en cultuur is, vooral door de contacten die we er door hebben. Juist in deze bizarre situatie merken we ook hoe creatief mensen zijn, hoeveel mensen aankunnen. De schoolkinderen kunnen ook thuis hun schoolwerk doen, ook via Facebook, telefoon en Skype kun je contacten onderhouden. Juist in deze bizarre tijd merken we ook hoezeer mensen elkaar nodig hebben, hoe wezenlijk talloze beroepen zijn.

Zo zie ik om me heen mensen nog meer naar elkaar omkijken dan ze anders al doen. Ik zie dat mijn kinderen niet alleen naar schermpjes turen, maar ook samen spellen, puzzelen en sporten. Ik merk dat het in huis gezelliger wordt, doordat er 3 keer per dag samen wordt gegeten, doordat ieder beseft dat we het samen leuk en leefbaar moeten maken.

Ook in mijn werk merk ik verschillen. Geen uitvaarten meer met honderden mensen, maar kleine groepjes nabestaanden die afscheid nemen van een dierbare. Juist doordat we afstand moeten houden, laten mensen mij nog dichterbij komen. Van de kleine groep mensen die bij de uitvaart mag ik er één zijn. Ik mag woorden geven aan hun verdriet, ik mag troosten, niet door een arm om een schouder, maar door op afstand nabij te zijn.

Zo leven we samen toe naar Pasen en hopen dat ook dit jaar met Pasen het vasten mag stoppen…

Alderwetse Jongerenmis

Ruim dertig jaar geleden was ik enthousiast lid van het jongerenkoor. Iedere zondag ging ik trouw naar de repetitie om te zingen, te kletsen en heel veel plezier te beleven. Daarnaast was ik actief in de tekstcommissie, die zorg droeg voor de teksten die tijdens de missen werden voorgelezen.

Inmiddels is het 50 jaar geleden dat de allereerste jongerenmis plaatsvond. Tijd voor een “Alderwetse Jongerenmis 2.0”. Vol enthousiasme heb ik deze mis mee voorbereid: teksten schrijven, liedjes van toen repeteren.

Afgelopen zaterdag was het zo ver. In een volle kerk vierden we de mis met als thema: Als ik thuis kom. 

Zowel de koorleden als de mensen in de kerk kwamen thuis. Thuis in de muziek, thuis in de kerk en thuis bij elkaar.

Het was een mis vol enthousiasme, vol vrolijkheid, maar met een serieuze boodschap. Een mis met een lach en een traan. Net als toen.

Samen met de deken mocht ik de preek vormgeven. In het laatste stuk van onze samenspraak stonden we stil bij wat het koor voor ons, voor de jongeren betekende en wat wij als koor meemaakten…

Deken:

Bij de repetities, tot zo’n 20 jaar geleden, waren er nog geen mobieltjes. Als jullie repeteerden was er dan ook alleen tijd om te zingen en in de pauzes bij te praten. Volgens mij waren de repetities erg gezellig en werd er vaak nog lang nagepraat.

Lucie:

Inderdaad. Als we terugdenken aan het Jongerenkoor denken we vooral aan plezier en gezelligheid. 

Er was en is echter veel meer dan dat. 

Bij het koor werd veel gelachen en gevierd, maar we moesten ook afscheid nemen. Vaak namen we afscheid op een luchtige manier, van leden die andere hobby’s gingen uitoefenen of verder weg gingen wonen. We moesten echter ook definitief afscheid nemen. 

Dat er in de afgelopen 50 jaar oud-leden zijn gestorven, is natuurlijk niet zo vreemd. 

Zelfs de jongeren van toen worden ouder…

Dat we afscheid moesten nemen van leden, die nog actief deelnamen aan alles wat het jongerenkoor te bieden had, ligt minder voor de hand. 

Een jongere hoort immers niet dood te gaan…

Toch gebeurde dit. Er werden jongeren ziek, er kwamen jongeren om bij een ongeluk. 

De klap kwam dan hard aan. De gezellige drukte bij een repetitie veranderde in stilte. Maar we waren er voor elkaar, haalden samen herinneringen op, vonden troost in de muziek. De band werd nog hechter.

Deken:

Zo gaat het op veel plaatsen. Het koor is immers geen uitzondering. Jullie hebben allemaal vast een keer afscheid moeten nemen. Een groot deel van jullie weet uit ervaring hoe het is een lege stoel aan tafel te hebben, een lege werkplek op kantoor. Het doet pijn te weten dat diegene niet meer thuiskomt bij zijn of haar gezin, vereniging of collega’s. Het doet dan goed te weten dat zij elders, in het hiernamaals, thuis mogen zijn, dat zij thuis zijn in onze gedachten, in ons hart.

Lucie:

Voor al diegenen waarvan we afscheid moesten nemen,
hebben wij een droom, zingen wij een lied
Dat helpt ons omgaan met ons verdriet
Voor hen zien wij een wonder in elk verhaal
Voor hen grijpen we de toekomst, soms met veel kabaal
Want zij zijn onze engelen
in alles wat gebeurt, zijn zij dichtbij
zij zijn onze engelen
en komt ooit de tijd dan gaan ook wij
tot die tijd, vergeten wij niet
maar zingen wij voor hen een lied

~vrij naar: ABBA – I have a dream~

Voor een lief klein meisje

Afgelopen week mocht ik de afscheidsdienst van een lief, klein meisje begeleiden. Voor haar schreef ik dit gedicht:

Als een veertje…

Als een veertje, licht en zacht
meldde zich met al haar kracht
het leven van een mensenkind

Als een veertje, licht en zacht
verdween het zachtjes in de nacht
en zweeft voor altijd op de wind

~Lucie~

De schutterij is één!

Afgelopen weekend stond in het teken van het OLS. Ik vierde feest bij gebrouwen in Limburg, was lector bij de Heilige mis “Te midde van de velde”, keek naar de optocht, zag schutters schieten, waarbij de spanning voelbaar was, en talloze vrijwilligers de meest uiteenlopende taken doen.

Het mooiste wat ik zag was de saamhorigheid. Ongelooflijk hoe zo ontzettend veel mensen samen één mooi feest kunnen bouwen, hoe jong en oud kan genieten op hetzelfde terrein en hoe een heel dorp, een hele gemeenschap klaar staat om te helpen.

Uit dit gevoel van saamhorigheid ontstond het volgende gedicht:

Gewapend met zijn buks, zo’n 15 kilo zwaar
met loden kogels staat hij klaar
De schutterij gaat…

Hoog zijn de harken, de “bölkes” klein
Wie zal na ’t kavelen de grote winnaar zijn?
De schutterij hoopt…

Steeds meer “bölkes” gaan er aan
Maar na de zon verschijnt de maan
De schutterij viert…

’t Kavelen gaat verder, vreugde en verdriet
De spanning die is hoog en missen mag men niet
De schutterij steunt…

Twee zestallen staan nog onder de boom
De ene mist, de ander belandt in een droom
De schutterij straalt…

Maar vriend of vijand, gelijk is iedereen
Eerlijk en hartelijk, dat voelt men meteen
De schutterij is één!

 

Leef je droom

In de kerstvakantie leefde zoonlief in een magische droomwereld. Hij mocht meespelen in de kerstshow van Toverland. Een show waarin een kleine goochelaar transformeert in zijn oudere zelf. Een magisch verhaal waarin Peter Eggink vertelt hoe hij er als klein jongetje van droomde een grote goochelaar te worden, hoe hij bleef dromen en oefenen en hoe magisch sneeuw voor hem was en is. Een verhaal gevuld met goocheltrucs en illusies, waarbij je niet begrijpt wat je allemaal ziet. Een verhaal met een mooie boodschap: “Blijf dromen, want dromen komen uit.”

Als trotse mama was ik bij de optredens aanwezig, me verbazend over de goochelkunsten van Peter en de manier waarop hij het publiek meeneemt in zijn verhaal. Hoe bijzonder wanneer je zoiets kunt en mag doen!

En toen besefte ik dat datgene wat ik doe veel lijkt op wat Peter doet. Net als hij door de eerste muziek en met het decor een magische sfeer schept, schep ik bij een afscheidsdienst een bijzondere sfeer in de muziek en in de woorden waarmee ik mensen meeneem in het verhaal van de overledene. Door datgene wat ik zeg geef ik mensen de ruimte het gevoel van nu, het gemis, te ervaren en neem ik hen mee terug in de tijd. Terug naar mooie momenten die ze met hun dierbare meemaakten.

Waar Peter goocheltrucs gebruikt om mensen te verbazen en het verhaal diepgang te geven, breng ik door handelingen, rituelen, de overledene nog dichterbij. Kaarsjes aanmaken, omdat oma dat altijd deed; bloemen geven, omdat opa zo van tuinieren hield.

Wanneer het nu is beleefd en er is teruggekeken naar vroeger, geef ik mensen graag een troostende of hoopvolle boodschap mee: Herinneringen gaan nooit verloren, liefde blijft bestaan over de grens van de dood, “enne gojje meens blieft aaltiëd laeve.”

De jongensdroom van Peter Eggink kwam uit, zoonlief leefde in een droom en ook ik ben zo’n geluksvogel. Ik mag doen waarvan ik droomde: er zijn voor andere mensen, samen een laatste mooie herinnering aan iemand die je mist maken.

St. Lucia

St. Lucia

13 december is voor mij een bijzondere dag. Het is de dag van de heilige Lucia. Mijn naamdag en vooral ook de naamdag van mijn oma, waarnaar ik ben vernoemd. Juist door haar ken ik immers deze datum. Bij het ouder worden, liet het geheugen mijn oma in de steek. Mijn verjaardag, en ook die van haarzelf, wist ze niet meer. Haar naamdag, onze naamdag, bleef ze kennen.

Mijn oma. Het is inmiddels ruim 16 jaar geleden dat we afscheid van haar moesten nemen. Samen met ooms en tantes stelden we een heel persoonlijke afscheidsdienst samen. Toen al hield ik me bezig met teksten… Juist vanwege haar dementie stelde ik het gedicht van Toon Hermans voor “Sterven doe je niet ineens, maar af en toe een beetje”. Mijn oom stelde echter, heel terecht: “oma is veel langer sterk en helder geweest dan dement. Laten we vooral daar op terugkijken”.

Deze opmerking is me altijd bij gebleven en hou ik nog steeds in mijn achterhoofd. Natuurlijk liggen de laatste jaren van iemands leven het helderste voor ogen, is het het gemakkelijkste om daar over te vertellen. Natuurlijk zijn dit weken of soms jaren die niet overgeslagen mogen worden. De vraag is vaak wel op welke jaren en momenten je bij een afscheid de meeste nadruk wilt leggen, op alle mooie momenten of op de periode van ziekte en of dementie, en hoe wil de gestorvene zelf herinnerd worden.

Zelf ben ik er van overtuigd dat mijn oma vooral herinnerd wilde worden als de sterke, lieve, heldere vrouw, de trotse oma van een heleboel kleinkinderen, waarvan sommige helaas de echte “Luus” niet hebben gekend. De oma waarvan ik met trots de naam draag.

Advent

Het is zondag 2 december. De adventstijd is begonnen. Heel de wereld kijkt uit naar kerstmis. Het feest van de geboorte van het kind dat licht, liefde en vrede brengt.

Ieder gaat op zijn of haar eigen manier op weg naar kerst. Om me heen zie ik de eerste kerstbomen en kerstmannen al verschijnen. De eerste kerstliedjes klinken uit de radio. Mijn dochters zingen mee met “All I want for christmas”, terwijl mijn zoon “Stille Nacht” oefent op zijn viool. Zelf kijk ik uit naar de gezinsmis, waarin zoonlief mag zingen, en het samen eten op eerste kerstdag, dankbaar dat de hele familie bij elkaar kan zijn.

Dit is namelijk zeker niet vanzelfsprekend. Juist in deze tijd van gezelligheid, van samen eten en drinken, is ook de kwetsbaarheid van het leven voelbaar. Het kindje dat geboren wordt, is nog volledig afhankelijk van zijn ouders, is breekbaar en klein. Kwetsbaar zijn juist met kerst ook de mensen die iemand moeten missen. Juist als families bij elkaar komen, als veel mensen samen zijn, valt het op dat die ene persoon, die is gestorven, er niet meer is. De familie, de vriendengroep is niet compleet en dat doet pijn.

Wanneer je iemand moet missen doet het goed wanneer hier aandacht voor is; een arm om je schouder, een hartelijke uitnodiging, het bewust ontsteken van een kaarsje. Het is fijn wanneer familie en vrienden samen herinneringen ophalen aan die bijzondere kerst dat je dierbare er nog wel bij was. Het doet goed wanneer je kracht kunt putten uit een mooi afscheid. Dankbaar kijk ik met kerst terug op de afscheidsdiensten waarbij ik nabestaanden mocht helpen hiervan een prachtige laatste herinnering aan hun dierbare te maken.

Graag wens ik iedereen een mooie adventstijd en een zalig kerstfeest vol licht en warmte.

Rouw is Rauw

In Memoriam


Bij afscheid hoort rouw. Die rouw is rauw. Rouwen is geen gestroomlijnd proces dat bepaalde fases doorloopt en daarna afgelopen is. Het is een proces van vallen en opstaan. Je zet drie stappen vooruit en weer twee terug. Het is een proces waar geen einde aan komt.

Juist in deze tijd van het jaar, met Allerheiligen en Allerzielen, staan veel mensen stil bij rouw, bij een verlies dat ze hebben geleden. Graven worden schoongemaakt en voorzien van bloemen. Je komt veel mensen tegen op het kerkhof. Dat doet goed, want het is fijn te ervaren dat je niet de enige bent die rouwt, dat er mensen zijn die begrijpen dat iemand die is overleden toch deel van je leven uit blijft maken.

Het bezoeken van het graf van een dierbare is een oud katholiek gebruik. Een ritueel dat houvast geeft. Juist rondom een sterfgeval zijn rituelen van belang. De dood is immers ongrijpbaar, mysterieus. Rondom een sterfgeval voelen mensen zich ontredderd, stuurloos. Rituelen bieden dan structuur en geven ons aanknopingspunten voor het verwerken van het verdriet.

De afscheidsdienst is één groot ritueel en is een prachtige, laatste herinnering aan de overledene. Je vindt het fijn wanneer deze dienst echt bij de overledene past, wanneer het een afspiegeling is van zijn of haar leven. Het ontroert je wanneer je in de afscheidsdienst de lievelingsmuziek van de overledene hoort, wanneer er herinneringen gedeeld worden, die wellicht zelfs een glimlach op je gezicht toveren.

Binnen de dienst kunnen kleine rituelen uitgevoerd worden. Je kunt kaarsjes aanmaken voor je moeder, die voor ieder examen een kaarsje brandde, of zand meegeven aan je vader, die met beide voeten stevig op de aarde stond en genoot van het werken op het land.

Soms geven rituelen letterlijk houvast. In een afscheidsdienst van een leerkracht, waren haar leerlingen aanwezig. Tijdens de dienst mochten zij naar voren komen om nog even dicht bij hun juf te zijn. Zij zochten houvast aan het lint dat aan de kist was vastgeknoopt. Ik legde hen uit dat zij hun juf los moesten laten. Daarom werd het lint doorgeknipt. “En dan gebeurt er iets bijzonders. Een deel van het lint blijft bij jullie,” zei ik hen, “alle herinneringen die jullie aan jullie juf hebben, blijven in jullie hart immers bestaan. De rest van het lint blijft bij jullie juf. Zij zal jullie immers ook nooit vergeten.” Het lint kreeg na de dienst een ereplaats in de klas.

Zo geeft de dienst ook veel later nog houvast. Het lint blijft een tastbare herinnering aan de juf, bij het branden van een kaarsje denk je weer terug aan dat moment tijdens de dienst en wanneer je dat ene lied hoort, is je vader ineens heel dichtbij.

Want als … 

de uitvaart voorbij is

de kist uit het zicht is

het bloemstuk verdord is

het leven weer “gewoon” is

Dan…

blijft de herinnering

hoe het leven herdacht is

Lucie Geurts-Saris
Ritueelbegeleider

En dan… is het jaar voorbij.

De nieuwe ritueelbegeleider van het jaar wordt volgende week benoemd. Voor mij zit het er bijna op! Tijd om terug te kijken.

2015 was voor mij een fantastisch jaar. Iedere dag kende minstens 1 geluksmoment. Zo’n moment waarvan je gaat glimlachen. Ik weet het zeker, want ik heb het bijgehouden.

Na de nieuwjaarsbijeenkomst van de LBvR kocht ik op het station een agendaatje van Marjolijn Bastin. Met een grote glimlach en vol jeugdsentiment, want met haar tekeningen had ik als tiener mijn kamer vol hangen.

Iedere dag beschreef ik een mooi moment in dit boekje. “Een kopje koffie buiten in de zon” (1 maart) “mam had soep klaar staan, toen ik Sofie kwam brengen” (18 maart) “Lekker gesport” (9 augustus) “Huiswerk maken met Margo” (21 oktober) “Tijmens eerste optreden met koortje” (16 december). Allemaal hele kleine dingen…

Terugkijkend besef ik dat juist die hele kleine dingen me blij maken. Dat ik juist hierdoor een ontzettend rijk mens ben.

Inmiddels ben ik in het tweede “leuke dingen boekje” begonnen. 2016 wordt weer een fantastisch jaar. Ik hoop van harte dat ook voor jullie 2016 een mooi jaar wordt. Ik daag jullie allemaal uit om in een mooi boekje dagelijks een geluksmoment te noteren. Zo kunnen jullie vast aan het einde van het jaar zeggen: “2016 was goed! Ik heb me iedere dag even gelukkig gevoeld.”

Ik wens mijn opvolger heel veel succes en plezier als ritueelbegeleider van het jaar en ben benieuwd hoe hij of zij de plaats in de Nieuwsbrief gaat invullen.

Hartelijke groeten,
Lucie Geurts

En dan… wikken en wegen

Er is een man gestorven. Zijn vrienden, broers en zussen spreken vol lof over hem. Hoe ziek hij ook was, altijd lag hij glimlachend in bed. Het ging altijd goed met hem. Hij hield zijn humor en zijn daadkracht. Trotseerde de kanker, vocht als een leeuw. Zo lang hij kon bleef hij werken, deed hij zijn vrijwilligerswerk. Zelfs vanuit zijn ziekbed gaf hij nog instructies door.

Er is een man gestorven. Zijn vrouw, dochter, zoon en ouders zijn opgelucht. Hij droeg zijn ziekte op eigen kracht, weigerde pijnstillers. Hierdoor konden zijn dochter en zoon niet meer spelen in huis, want dat maakte lawaai. Zij mochten niet naar buiten, want dan wist hij niet waar ze waren. Hij kon niet meer knuffelen, want dat deed zo’n pijn. Op elk lief woord of gebaar reageerde hij met een snauw.

Er is één man gestorven en mij wordt gevraagd de afscheidsdienst te begeleiden. Ik hoor twee compleet verschillende verhalen en begin te wikken en te wegen.

Ik mag en wil hem niet van het voetstuk stoten waar zijn vrienden, broers en zussen hem op hebben geplaatst. Ik moet en wil recht doen aan de machteloosheid die zijn vrouw, kinderen en ouders hebben gevoeld. Ik loop op eieren, benoem, nuanceer en geef hoop: “Juist omdat hij zo graag bij jullie wilde zijn, vocht hij als een leeuw. Daarom beloofde hij dat hij als een ster aan de hemel over jullie zal waken. En sterren, die kunnen niet boos zijn en niet snauwen. Sterren kunnen enkel stralen van liefde en trots.”

Uitgeput, maar voldaan kom ik ’s avonds thuis. Blij dat ik recht kon doen aan beide verhalen, dankbaar dat ik een gezin een stukje in hun rouwverwerking op weg heb kunnen helpen.